Evenwicht, je leven · 12 nov 2025 · 14:12
Luister in de Podli-app 🎧
Volg je favoriete podcasts, luister offline en in de auto met CarPlay en Android Auto, en ga altijd verder waar je gebleven was. Gratis te proberen.
Op het NmG weekend heb ik geleerd over het gebruik van gebaren in combinatie met het gebruik van je hele lichaam. Hierbij komen ook de emoties langs, want die zijn heel goed met je lichaam uit te drukken.
(Foto gemaakt tijdens een activiteit op zaterdagavond)
Volledig transcript:
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De enige podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord, zowel fysiek als psychisch. En ik deel allerlei ervaringen waar ik mee te maken heb in mijn leven, wat ik tegenkom, wat ik mee maak, ook dat deel ik hier in deze podcast. Helemaal omdat ik denk dat jij dat ook best interessant vindt om daarover te horen. Dit is ook weer zo'n aflevering, het is seizoen 10, aflevering 6: Praten met je lichaam.
Elke donderdagochtend ga ik hier naar een horecagelegenheid, 'De Oude Bieb' in Zeewolde, en daar ga ik naar de gebaren-oefengroep. Dat noem ik eigenlijk 'praten met je handen'. Zo staat het ook in de lokale krant in de agenda. Elke week op donderdagochtend wordt daar een activiteit georganiseerd in De Oude Bieb en dat heet 'praten met je handen'. Wat wij dan doen, is met de groep samen, rondom een thema, allerlei gebaren leren. Het kan leren zijn, het kan herhalen zijn. We gaan dat oefenen en dat zijn dan de officiële gebaren uit de Nederlandse gebarentaal. Maar wij praten erbij en daarom is het NmG: Nederlands met Gebaren.
Als je gebaren leert, dan heb je te maken met verschillende dingen. Ik heb het ooit wel eens eerder verteld, denk ik, maar ik ga het hier nog een keer benoemen. Een gebaar bestaat namelijk uit de handvorm. Gebaren maak je met je handen en dan heb te maken met de vorm van de hand. De vorm van je hand: hoe houd je je hand en ook hoe gebruik je je vingers daarbij? Dus die handvorm is heel belangrijk. En dat vormt dan een soort woord.
Dan heb je ook de gebaren-ruimte, de plaats waar het gebaar wordt gemaakt. Wordt het vlak voor je lichaam gedaan, wordt het naast je gedaan, iets hoger, iets lager. Dan heb je de oriëntatie van de hand, met de handpalm naar voren toe of naar je toe of naar beneden of met de palm op, dat ie omhoog staat. Dan heb je te maken met de vingerrichting. Naar welke kant wijzen de vingers. En dan gaat het er ook om: gebruik je 1 vinger, 2 vingers, alle vingers? Alle manieren zijn mogelijk.
Je hebt ook te maken met beweging. En die beweging kan een lange beweging zijn of een korte. Een doorgaande beweging. Het kan snel gaan. En als je met 2 handen een gebaar maakt, gaat dat gelijk of ongelijk? Het kan ook zijn dat met die beweging, dat je ook je hand verplaatst in de ruimte. Dus niet alleen de hand zelf die beweegt, maar ook de hele hand die je verplaatst. Het kan zijn dat bij bepaalde gebaren, dat je je gezicht aanraakt. Of ergens anders op je lichaam het aanraakt. Het kan ook zijn dat je met je ene hand waar je het gebaar mee maakt, de andere hand ook aanraakt. En dan heb je een actieve hand en een passieve hand. De actieve hand gaat dan naar die andere hand toe, de passieve hand en die wordt dan ook aangeraakt.
En verder wat belangrijk is bij Nederlandse gebarentaal is de mimiek. Dat is: hoe gebruik je je gezicht? Hoe kijk je? Wat doe je met je ogen? Wat doe je met je wangen? Hoe kijk je, dus niet alleen maar je wenkbrauwen, want die kunnen omhoog en die kunnen juist naar beneden toe en die hebben allemaal een andere uitdrukking. En misschien zelfs ook de mondstand. Als je heel verdrietig bent, dan doe je iets heel anders met je mond, dan wanneer je aan het lachen bent. Dan maak je daar een lach van. Dus die mimiek is ook heel belangrijk in de gebarentaal.
En wat dan ook kan helpen, het mondbeeld. Dat je het woord ook zegt. Mensen die helemaal doof zijn, die gebruiken minder mondbeeld, maar als ze wél hebben leren praten, dan weten ze ook wat het mondbeeld is van een bepaald woord en dan kun je het woord ook uitspreken. En dat hoeft niet altijd met geluid, maar je kunt het wel laten zien, met je mond. En wat verder nog heel belangrijk is, is dat dat hele lichaam gebruikt wordt. En daar wil ik het verder met je over gaan hebben.
Ik ben namelijk geweest naar het NmG-weekend. Georganiseerd door de Stichting Plotsdoven. Dat gebeurt één keer per jaar. En dan komen we met een groep mensen samen, zowel beginners als gevorderden. En dan krijgen we daar gebarenles. En dit keer ging het niet om het aanleren van allerlei nieuwe gebaren bij de gevorderden les -daar mag ik al aan meedoen- maar het ging om een hele andere manier van gebaren. Veel meer gebruik maken van de lichaamstaal. Sowieso is de gebarentaal een visuele taal, want je kijkt ernaar met je ogen. Je hoort het niet, je kijkt ernaar. Je ziet het. Verder was het thema 'emoties' en bij die emoties horen gebaren. Maar het kan best zijn dat jij het officiële gebaar niet eens maakt, maar dat je toch kunt laten zien, met welke emotie je te maken hebt. Dus je hoeft niet alle gebaren helemaal specifiek, precies te weten. Het hoeft ook helemaal niet perfect. Het gaat erom dat je me je hele lichaam kunt laten zien wat je precies wilt vertellen, zodat de ander begrijpt wat jij bedoelt.
En ik vond dat zó mooi om dat verschil te zien, tussen als je alleen maar gebaart zonder mimiek, zonder lichaamstaal -dan zijn het echt alleen maar, nou bijna losse gebaren, dan is een verhaal ook best moeilijk te volgen. Maar op het moment dat daar mimiek bij komt en die lichaamstaal en je ziet die ogen spreken, dan wordt het al veel makkelijker om zo'n verhaal te volgen. Dat is wat in Nederlandse gebarentaal heel veel gebeurt. Als je naar de tolken kijkt op televisie dan kun je het ook zien dat daar veel meer te zien is dan alleen maar dat handgebaar.
Wat mooi was wat wij hebben gedaan, dat wij emoties, dat we die lieten zien. En het grappige was, het was niet alleen maar het gebaar van die emotie, maar dat kun je ook in gradaties doen. Je kunt blij zijn en ik kan het natuurlijk niet
Afleveringen: Evenwicht, je leven