Volg je favoriete podcasts, luister offline en in de auto met CarPlay en Android Auto, en ga altijd verder waar je gebleven was. Gratis te proberen.
Inleiding tot les 181-200
Ons volgend stel lessen is speciaal gericht op de versteviging van je bereidwilligheid om je zwakke inzet sterk te maken en je uiteenlopende doelstellingen tot één intentie samen te smeden. Er wordt vooralsnog geen voortdurende en totale toewijding van je gevraagd. Maar jou wordt gevraagd nu te oefenen om het gevoel van vrede te bereiken dat een dergelijke volledige inzet, al is het maar met tussenpozen, je zal schenken. Juist de ervaring hiervan garandeert dat jij je totale bereidwilligheid zult inzetten om de weg te volgen die de cursus uiteenzet.
Onze lessen zijn nu met name afgestemd op het verruimen van horizonten en op een directe aanpak van de speciale belemmeringen die jouw visie vernauwd hebben en te beperkt houden om jou de waarde van ons doel te laten zien. We doen nu een poging deze belemmeringen op te heffen, hoe kortstondig ook. Woorden alleen kunnen het gevoel van bevrijding waarmee dit gepaard gaat, niet overbrengen. Maar de ervaring van vrijheid en vrede die ontstaat wanneer jij je rigoureuze controle over wat je ziet opgeeft, spreekt voor zich. Jouw motivatie zal zo worden versterkt dat woorden niet meer zo belangrijk zijn. Je zult zeker zijn over wat jij wilt, en over wat geen waarde heeft.
En zo beginnen we onze reis die aan woorden voorbijgaat, door ons eerst te concentreren op wat jouw vooruitgang nog steeds in de weg staat. De ervaring van wat voorbij een verdedigende houding ligt, blijft buiten je bereik zolang je het bestaan daarvan ontkent. Het is er misschien, maar je kunt de aanwezigheid ervan niet accepteren. Dus proberen we nu elke dag voor eventjes aan alle verdedigingen voorbij te gaan. Meer wordt er niet gevraagd, want meer is er niet nodig. Het zal voldoende zijn om te garanderen dat de rest zal komen.
LES 185 Ik verlang de vrede van God.
Deze woorden uitspreken is niets. Maar deze woorden menen is alles. Als je ze maar één moment kon menen, dan zou voor jou geen verdriet meer mogelijk zijn, in welke vorm, en waar of wanneer dan ook. De Hemel zou weer geheel tot het volle bewustzijn zijn gebracht, de Godsherinnering totaal hervonden, en de opstanding van heel de schepping volledig zijn beseft.
Niemand kan deze woorden menen en niet genezen zijn. Hij kan niet met dromen spelen, noch denken dat hij zelf een droom is. Hij kan geen hel maken en denken dat die werkelijkheid is. Hij wil de vrede van God en die wordt hem gegeven. Want dat is al wat hij verlangt en al wat hij ontvangen zal. Velen hebben deze woorden uitgesproken. Slechts weinigen hebben ze gemeend. Je hoeft maar naar de wereld om je heen te kijken om te weten hoe uiterst weinig het er zijn. De wereld zou een totaal andere zijn, als er maar twee het erover eens waren dat deze woorden het enige uitdrukken wat ze verlangen.
Twee denkgeesten met één intentie worden zo sterk dat wat zij willen de Wil wordt van God. Want denkgeesten kunnen zich alleen in de waarheid met elkaar verbinden. In dromen kunnen er geen twee dezelfde intentie hebben. Voor elk is de held van de droom anders, en het verlangde resultaat niet voor beiden gelijk. Verliezer en winnaar wisselen slechts van plaats in steeds veranderende patronen, naargelang de winst-verlies en verlies-winst verhouding een verschillend aspect of een andere vorm aanneemt.
Toch kan een droom alleen maar een compromis brengen. Soms neemt dit de vorm aan van een verbond, maar alleen de vorm. Het is onvermijdelijk dat de betekenis aan de droom ontsnapt, want compromissen sluiten is het doel van dromen. Denkgeesten kunnen zich in dromen niet verbinden. Ze sluiten slechts een handeltje. En welk handeltje kan hun de vrede van God geven? Illusies treden in Zijn plaats. En wat Hij betekent, gaat verloren voor slapende denkgeesten die zinnen op een compromis, elk uit op zijn eigen winst en op het verlies van de ander.
Ménen dat je de vrede van God verlangt wil zeggen alle dromen laten varen. Want niemand meent deze woorden die illusies wil en die daarom de middelen zoekt die tot illusies leiden. Hij heeft ze bekeken en te licht bevonden. Nu probeert hij eraan voorbij te gaan, omdat hij inziet dat een nieuwe droom niets meer zou bieden dan alle andere. Dromen zijn voor hem een en hetzelfde. En hij heeft begrepen dat hun enige verschil er een is van vorm, want de ene droom zal dezelfde wanhoop en ellende brengen als alle andere.
De denkgeest die het meent dat vrede alles is wat hij verlangt, moet zich wel met andere denkgeesten verbinden, want zo wordt vrede verkregen. En wanneer het verlangen naar vrede echt is, wordt het middel om die te vinden gegeven, in een vorm die elke denkgeest die er eerlijk naar zoekt, begrijpen kan. De vorm die de les aanneemt, welke die ook is, is zodanig voor hem ontworpen, dat hij deze niet verkeerd kan begrijpen, mits zijn vraag oprecht is. Maar als hij zonder oprechtheid vraagt, is er geen vorm waarin de les met acceptatie zal worden begroet en werkelijk geleerd.
Laten we vandaag onze oefening wijden aan het inzicht dat we de woorden die we zeggen werkelijk menen. We verlangen de vrede van God. Dit is geen ijdele wens. Deze woorden vragen niet om nog een droom. Ze vragen niet om een compromis en proberen evenmin een nieuw handeltje te sluiten in de hoop dat er misschien toch één is dat slagen kan waar heel de rest heeft gefaald. Deze woorden menen erkent dat illusies vergeefs zijn, en vraagt om het eeuwige in plaats van wisselende dromen die telkens iets anders lijken te bieden, maar één zijn in hun inhoud: niets.
Wijd vandaag je oefenperioden aan een zorgvuldig doorzoeken van je denkgeest, om de dromen te vinden die je nog steeds koestert. Waar vraag jij in je hart om? Vergeet de woorden die jij gebruikt om je verzoeken te doen. Let alleen op wat jij gelooft dat jou troost zal verschaffen en geluk zal brengen. Maar verlies niet de moed vanwege hardnekkige illusies, want