In deze aflevering wordt de complexe en gefragmenteerde manier waarop Nederland privévermogen belast geanalyseerd. Aan de hand van overheidsrapporten, bankanalyses van ABN AMRO, recente verkiezingsprogramma's en ESB-artikelen wordt duidelijk hoe de fiscale spelregels de nationale vermogensverdeling beïnvloeden.
De Nederlandse Vermogensongelijkheid en de Omkeerregel
- Aanzienlijke Vermogenspot: Nederlanders bezaten in 2018 gezamenlijk ruim € 2700 miljard aan vermogen.
- Grootste Ongelijkheid van de OESO: Hoewel de inkomens uit arbeid in Nederland relatief gelijk verdeeld zijn, heeft Nederland (op de VS na) de grootste vermogensongelijkheid van alle ontwikkelde westerse landen.
- De Beschermde Pensioenpot: Liefst 67% van het totale vermogen wordt fiscaal gunstig behandeld of vrijgesteld. De grootste post (46% ofwel ruim € 1300 miljard) zit vast in pensioenen.
- De Omkeerregel: Dit pensioenvermogen groeit onbelast dankzij de 'omkeerregel'. Men betaalt geen inkomstenbelasting over de inleg; de fiscus rekent pas af wanneer de periodieke uitkeringen decennia later worden ontvangen. Dit genereert langdurig onbelast 'rente-op-rente'-rendement.
De Vrijmarkt-Valkuilen: Box 3, Arbitrage en de Spaar-BV
- Het Fictieve Rendement: Buiten pensioenen en de eigen woning (Box 1) geldt voor vrij vermogen Box 3. De fiscus werkte jarenlang met een vast 'forfaitair' rendement (een aanname van 4% tot 5% winst), ongeacht of iemand het geld op een spaarrekening had staan met 0% rente.
- Vluchtroutes en Arbitrage:
- Spaar-BV: Vermogenden ontvluchtten Box 3 door een BV op te richten (Box 2). Omdat in Box 2 alleen werkelijke winst wordt belast via vennootschapsbelasting, was de belastingdruk bij 0% spaarrente effectief € 0.
- Vastgoed-Hefboom: Vastgoedbeleggers verlaagden hun belastingdruk (soms tot onder 10%) door de 'leegwaarderatio' (kunstmatige afwaardering vanwege huurbescherming) te combineren met een 100% aftrekbare hypotheekschuld.
Het Kerstarrest en de Vervolgprocedure
- Mensenrechtenberekening: De Hoge Raad oordeelde dat het fictieve rendement in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
- Formele Rechtskracht: Alleen spaarders die destijds binnen zes weken officieel bezwaar maakten tegen hun aanslag krijgen compensatie. Wie niet tijdig bezwaar maakte, krijgt definitief niets terug.
Aanwas- versus Winstbelasting: De Politieke Impasse Het kabinet wil overstappen naar een heffing op werkelijk rendement, wat leidt tot een strijd tussen twee fiscale modellen:
- Vermogensaanwasbelasting (D66, NSC, SGP): Belast elk jaar de papieren waardestijging van bezittingen (zoals aandelen).
- Economisch voordeel (ESB): Voorkomt dat vermogen vastroest. Door het tarief iets lager af te stellen kan kapitaalvernietiging wiskundig worden voorkomen.
- Praktijkbezwaar: Leidt tot 'illiquiditeit': men moet belasting betalen over waardestijging op papier zonder dat de bezitting is verkocht. Vastgoed en startups krijgen daarom uitzonderingen.
- Vermogenswinstbelasting (BBB, 50PLUS, JA21): Belast de winst pas op de dag van daadwerkelijke verkoop.
- Nadeel (Lock-in Effect): Beleggers weigeren te verkopen om de belastingclaim uit te stellen, waardoor kapitaal vastzit in oude bedrijven in plaats van te vloeien naar innovatieve startups.